Wet- en regelgeving

Letterlijke tekst Wet DBA

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Verklaring arbeidsrelatie af te schaffen met het oog op de bevordering van deregulering, verbetering van de balans tussen de verantwoordelijkheid van opdrachtgevers en opdrachtnemers voor de presentatie van hun onderlinge arbeidsrelatie richting de Belastingdienst en verbetering van de handhaafbaarheid van de gevolgen van het onderscheid tussen de verschillende vormen van inkomen uit tegenwoordige arbeid.

Klik hier voor de downloadbare versie.

Wet DBA in nieuw Handboek Loonheffingen 1 juli 2017 hier downloaden

 Wet DBA: nagaan of er een dienstbetrekking is

Paragraaf 1.2 – De gegevens over uitbetaalde bedragen aan derden moet u digitaal aanleveren. De de tekst is hierop aangepast.

Paragraaf 1.1.4 – De let-optekst is aangepast en direct onder de opsomming gezet.

Paragraaf 1.1.6 – De opschorting van de handhaving van de wet DBA is verder uitgesteld tot 1 juli 2018. Dat is in deze paragraaf verwerkt.

Download: Handboek Loonheffingen 1 juli 2017

Wanneer ging de Wet DBA in, en is er een overgangsperiode?

De wet ging op 1 mei 2016 in. Dus op 1 mei 2016 werd de VAR afgeschaft. Om alle partijen aan het nieuwe systeem van modelovereenkomsten te laten wennen, geldt er een transitieperiode tot 1 juli 2018.

Opdrachtgevers en hun zzp’ers krijgen tot 1 juli 2018 de tijd om te bepalen welke modelovereenkomst past bij de manier waarop zij werken. Voor opdrachtgevers en hun zzp’ers geldt dit jaar wel een inspanningsverplichting: zij moeten actief bezig zijn de arbeidsrelatie zodanig vorm te geven dat een zzp’er niet in loondienst werkt. Bijvoorbeeld door aantoonbaar met elkaar in gesprek te zijn over het gebruik van een modelovereenkomst en over eventuele aanpassingen in de werkwijze die daarvoor nodig zijn.

Wat betekent de nieuwe wet voor opdrachtgevers en zzp’ers?

De Belastingdienst raadt opdrachtgevers aan om door te gaan met het in kaart brengen van de contracten met alle ingehuurde zzp’ers en deze voorzien van een toets naar de feitelijke werkwijze.

Opdrachtgevers kunnen hiervoor één van de gepubliceerde modelovereenkomsten op de site van de Belastingdienst downloaden, of gebruik maken van de dienstverlening van Demodelovereenkomst.nl, waar opdrachtgevers een goedgekeurde modelovereenkomst online kunnen aanmaken, die ook 10 jaar wordt opgeslagen.

In beide gevallen bent u als opdrachtgever tot 1 juli 2018 gevrijwaard van het risico van naheffingen van loonheffingen en van boeten, behalve in die gevallen waarin het meer dan duidelijk is dat er niet volgens de modelovereenkomst wordt gewerkt. Echter, frauderen doen opdrachtgevers natuurlijk niet.

De zzp’er is niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen (WW, ZW en WIA). Hij krijgt dus geen uitkering als hij werkloos, ziek of arbeidsongeschikt wordt. Het werken volgens een modelovereenkomst zegt alleen iets over de loonheffingen en niet over het ondernemerschap van een zzp’er.

Is het verplicht met een modelovereenkomst te werken?

Nee. Veel zzp’ers weten immers op voorhand al dat zij niet in loondienst werken, zoals de stukadoor bij particulieren thuis of een fotograaf die jaarlijks een teamdag van een bedrijf vastlegt. Bij onzekerheid over een eventueel dienstverband, kan werken volgens een modelovereenkomst zekerheid geven aan beide partijen.

Is een zzp’er nu eerder in dienstbetrekking?

Nee. Het begrip dienstbetrekking is met de invoering van de Wet DBA niet gewijzigd. Ook de criteria voor zelfstandig ondernemerschap in de inkomstenbelasting zijn onveranderd. Het enige verschil is dat opdrachtgevers onder de VAR in principe niet hoefden te beoordelen of mogelijk sprake was van een dienstbetrekking, omdat de VAR hen een vrijwaring voor de loonheffingen bood. De zzp’er kon aan de VAR geen zekerheid ontlenen voor wat betreft zijn status als zelfstandig ondernemer in de inkomstenbelasting. Dat is ook het geval bij de modelovereenkomsten. De modelovereenkomsten geven geen oordeel over de fiscale kwalificatie van de inkomsten van de zzp’er in de inkomstenbelasting.

Wat moeten opdrachtgevers en zzp’ers wel geregeld hebben?

Voor opdrachtgevers die gebruik willen maken van modelovereenkomsten geldt vanaf 1 mei 2016 tot 1 juli 2018 een overgangsperiode.In deze periode hebben opdrachtgevers en zzp’ers een inspanningsverplichting. Dit betekent dat de Belastingdienst wel toezicht zal houden, maar niet van plan is correcties op te leggen. Het toezicht bestaat uit het geven van voorlichting en soms uit het uitvoeren ven bedrijfsbezoeken. Als de Belastingdienst in deze periode bij een opdrachtgever vaststelt dat er zzp’ers werkzaam zijn waarvoor in de nieuwe situatie loonheffingen betaald moeten worden, wordt de opdrachtgever daarvoor gewaarschuwd.

Het Ministerie van Financiën heeft in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat bij grote uitzondering wel correcties worden opgelegd, ook over de overgangsperiode tot 1 juli 2018.

De Belastingdienst zal in de periode van 1 mei 2016 tot en 1 juli 2018 terughoudend zijn met correcties. De opdrachtgever moet het wel heel erg bont maken voordat de Belastingdienst zal optreden. Maar tegelijkertijd kunnen goedwillende opdrachtgevers niet stilzitten tot 1 juli 2018.

Wat is er veranderd met de komst van de Wet DBA?

Per 1 mei 2016 is de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) vervallen. Ter vervanging van de VAR kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers (onder wie zelfstandigen zonder personeel) een modelovereenkomst gebruiken om vooraf zekerheid te hebben over de voorgenomen arbeidsrelatie. Opdrachtgevers hebben dan de zekerheid dat zij geen loonheffingen hoeven in te houden en te betalen. De wijzigingen vloeien voort uit de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA).

Als opdrachtgevers en zzp’ers in de praktijk ook conform de modelovereenkomsten werken, hebben zij de gewenste zekerheid over de loonheffingen voor een periode van 5 jaar. De Wet DBA herstelt de balans in verantwoordelijkheid tussen opdrachtgevers en zzp’ers. Voor de overheid is handhaving beter mogelijk. Daarnaast wordt met de invoering van de Wet DBA beoogd de administratieve lasten voor zzp’ers en hun opdrachtgevers te verminderen.

‘Wat gaat de opdrachtnemer doen?

Als een opdrachtnemer wordt ingehuurd ter vervanging van een werknemer, bijvoorbeeld omdat een werknemer is uitgevallen wegens ziekte of bevallingsverlof, en de opdrachtnemer de werkzaamheden onder dezelfde voorwaarden en onder dezelfde omstandigheden als de betreffende werknemer gaat verrichten, dan is er (nagenoeg) geen verschil met werken in dienstbetrekking. Hetzelfde geldt als een opdrachtnemer wordt ingehuurd om bij te springen, bijvoorbeeld omdat sprake is van een tijdelijk capaciteitstekort (piekperiode), en de opdrachtnemer onder dezelfde voorwaarden en onder dezelfde omstandigheden als de werknemers van opdrachtgever (nagenoeg) dezelfde werkzaamheden gaat uitvoeren. In beide gevallen (één-op-één-vervanging, extra handjes) kan daarom geen gebruik worden gemaakt van een modelovereenkomst. Wordt toch een modelovereenkomst gebruikt, dan biedt deze geen vrijwaring voor de loonheffingen.

 

Waarom brengt de Wet DBA een verbetering ten opzichte van de VAR?

De Belastingdienst kon niet handhaven op schijnzekerheid en nu wel. De Wet DBA beoogt schijnzekerheid te vermijden en handhaving van de wet mogelijk te maken. De kern is voorkomen van schijnzelfstandigheid in plaats van beboeten.

De focus van de handhaving richt zich op de preventieve werking die ontstaat doordat opdrachtgevers ook een belang krijgen bij de juiste fiscale kwalificatie van een arbeidsrelatie. 

De Wet DBA verlaagt de administratieve lasten en dejuridiseert het proces. Zzp’ers vroegen eens per jaar een VAR aan en stuurden deze daarna bij elke opdracht mee. Dit bracht een aanzienlijke administratieve last met zich mee. Wanneer er met modelovereenkomsten gewerkt wordt, is dit niet meer nodig. De Wet DBA herstelt de balans in verantwoordelijkheden tussen opdrachtgevers en zzp’ers. Het risico lag met de VAR alleen bij de zzp’er. Met de Wet DBA zijn beide partijen verantwoordelijk voor naleving van de wet- en regelgeving. Ook bij de opdrachtgever kan nu gehandhaafd worden.

Wat gebeurt er als toch sprake blijkt te zijn van een dienstbetrekking?

Als de Belastingdienst vaststelt dat er sprake is van een dienstbetrekking, dan heeft dat fiscale gevolgen. De Belastingdienst kan dan een naheffingsaanslag loonheffingen opleggen aan de opdrachtgever. In de regel kan de opdrachtgever de loonheffingen op de opdrachtnemer verhalen.

De opdrachtnemer is in deze situatie doorgaans ook verzekerd voor de werknemersverzekeringen. De werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) mag de opdrachtgever niet verhalen op de opdrachtnemer.

Wat moet een zzp’er nu concreet doen?

Sinds 1 mei 2016 moeten opdrachtgevers en zzp’ers het volgende doen:

Stap 1: Bepalen of een modelovereenkomst nodig is

In veel gevallen is het duidelijk dat een zzp’er niet in loondienst werkt. Denk aan een schilder die steeds voor verschillende particulieren werkt. In dat geval hoeft geen modelovereenkomst gebruikt te worden. Bij twijfel kan een zzp’er met zijn opdrachtgever gebruikmaken van een modelovereenkomst, maar dit is niet verplicht.

Stap 2. Modelovereenkomst vastleggen

De opdrachtgever en zzp’er moeten vastleggen volgens welke modelovereenkomst zij gaan werken.

Stap 3. Werken volgens de afspraken in de modelovereenkomst

Zolang de zzp’er en zijn opdrachtgever werken volgens de afspraken in de modelovereenkomst, is er geen sprake van loondienst en hoeft de opdrachtgever geen loonheffingen in te houden en te betalen.

Is het veiliger om tussenpersonen in te schakelen?

Nee, de modelovereenkomsten geven aan opdrachtgevers en zzp’ers direct duidelijkheid. Werken via een tussenpersoon geeft niet meer zekerheid.

Krijgt een zzp’er in het nieuwe systeem minder duidelijkheid en zekerheid?

Veel zzp’ers dachten dat de VAR een soort werkvergunning was, maar in werkelijkheid gaf de VAR alleen aan de opdrachtgever zekerheid. Met de VAR wist een zzp’er niet zeker of hij voor de inkomstenbelasting wel als ondernemer werd beschouwd. Hij had dus geen zekerheid over de aftrekposten voor de inkomstenbelasting.

Waarom is de VAR verdwenen en is nu de Wet DBA?

De VAR-systematiek belemmerde de handhaving van de wet. De opdrachtgever was vrijwel ongeclausuleerd gevrijwaard voor het betalen van loonheffingen achteraf. De Belastingdienst kon alleen bij een opdrachtgever handhaven in geval van kwade trouw. Dit was door de Belastingdienst moeilijk te bewijzen.

De Wet DBA brengt de verantwoordelijkheden tussen opdrachtgevers en zzp’ers weer in balans doordat opdrachtgevers en zzp’ers samen verantwoordelijk zijn voor de fiscale kwalificatie van de arbeidsrelatie.